|
De Rubáiyat ofwel een schaakgedicht door José Aroca U kent waarschijnlijk allemaal wel het beroemdste schaakgedicht aller tijden, de Rubáiyat van Omar Khayyám, bijgenaamd 'de Tentenmaker',(mijns inziens een nogal vreemde naam voor èèn van de grootste geleerden van zijn tijd). Het gedicht werd in het westen pas bekend door de Engelse vertaling van Edward Fitzgerald uit 1859. Het is een prachtig boek vol met miniaturen, Perzische prenten, die voor een groot deel nooit eerder waren te zien.
Het bekende 'dag en nacht' en 'allemaal weer in het kistje' spreekt een ieder wel aan. Omar Khayyám, die in Duitsland voluit Abu'l-Fath Umar Chayyam ibn Ibrahim wordt genoemd, is in 1038 in Nischapur geboren. Voor hem was het schrijven van boeken en gedichten eigenlijk bijzaak; hij was wiskundige en astronoom. Zijn tijdgenoten waren nogal geïrriteerd om zijn geschriften wegens de atheïstische gedachten die er uit spraken. Ook schreef hij wiskundige tabellen, de Ziji-Malikshàhi; welke vorige eeuw nog door de Fransen werden overgenomen. Hij gebruikte het schaken slecht als vergelijking tussen het leven en de vergankelijkheid. En dat sluit weer mooi aan bij dat gene wat Hein Donner eens zei: "Alles is met schaken te vergelijken. Schaken is met niets te vergelijken." Er zijn dicht-puriteinen, die zeggen dat je een gedicht nooit kan en mag vertalen. Synoniemen bestaan niet. Maar de strekking van een gedicht is natuurlijk wel weer te geven en soms kan het door de vertaler zelfs verbeterd worden. Helaas kunnen er maar weinig onder ons iets redelijks zeggen over de kwaliteit van de vertaling. Het oud Perzies ligt daarvoor te ver van ons af. Maar de Engelse vertaling gaat aldus: 't Is all a Checquer-Board of Nights and Days Where Destiny with Men for Pieces plays: Hither and thither moves, and mates, and slays, And one by one in the Closet lays. Bijna niet letterlijk te vertalen, maar Edward Fitzgeralds gedicht luidt: Het is allemaal een schaakbord van nacht en dag Waar (het) noodlot met mannen als stukken speelt Her- en derwaarts verplaatst (of zet), mat zet, en slaat en een voor een terug in het doosje legt. In het officiële orgaan van de KNSB, 'Schaak Magazine' stond enige tijd geleden ook een aantal vertalingen. Dan blijkt dat je vele kanten uit kan. Van de hand van Dr. J.W. Schortman kwam een vertaling van uit het Engels in 1970: De wereld is een schaakbord, dag - en nacht - geblokt, waarop het lot de mensenscheef en rechtverschuift, schaak zet, en eind'lijk mat, en ze een voor een weer in het kistje legt.
In 1979 vertaalde L. Metsier de Rubiáiyat aldus: Zo staan wij op dit schaakbord machteloosvan dag en nacht waar wonen wit en boos _één schuift en dreigt, hij slaat en zet ons mat en een voor een gaan wij weer in de doos. Dirk Jorritsma zag het zo: 't Is maar een schaakbord van nachten en dagen, het Noodlot is aan zet en zonder vragen schuift hij ons door het spel, tot, één voor één wordt weggeborgen na te zijn geslagen. Van een onbekende dichter: Zo dienen wij het lot en wuft verpoos op 't schaakbord van de tijd, een roekeloosbewegen, slaan, recht, dwars, diagonaal en tenslotte, allen, allen, in de doos. Zo ook in het volgende gedicht van een onbekende dichter uit Oude-Tonge: Als men het leven beschouwt als een schaakpartij Dagen en nachten, in zwart en wit, een lange rij. Waar men wikt en weegt, soms goed, soms slecht beslist, dan stappen doet alsof men niet beter wist. En... , al is slaan dan niet altijd verplicht, toch gaat men door tot alles weer in het kistje ligt. Of: Geblokt en oppermachtigen met groot verstand. Strijdt men o'zo krachtigvoor een zwart/wit land. Regeert men soms een poosje, maar komt toch weer in het doosje. Of: Met zwart witte gedachten trekken wij fier ten strijde. Tot de gene, die zit te wachten opstaat, niet meer te vermeide`. Terug op beide voeten omdat we weer de kist in moeten. Of: De mens, sterk of zwak, schaakt slechts tegen één. Wit als meel of zwart als roet, met moeite of gemak. Maar is het lot gemeen,
Hier voeg ik liever niets meer aan toe. Bronnen: Schaakbrevier Schaak magazine Het schaakspel in de kunst- en cultuurhistorie van E.H. Schuyer |